
JONGERENPROJECT: ZO ZIJN WIJ
In dit project onderzoeken we de leefsituatie van dove en slechthorende jongeren en wat voor hen belangrijk is om zich veilig en ‘thuis’ te voelen en vrij te kunnen leven. Je ergens thuis voelen is een levensbehoefte waarin de familie vaak een belangrijke plaats inneemt. Maar wat als communicatie en taal daar niet vanzelfsprekend zijn? Op welke manier voelen dove en slechthorende jongeren zich betrokken bij leeftijdgenoten binnen en buiten het gezin? Hoe zijn hun contacten met slechthorenden, de Dovengemeenschap, de horende wereld, Dovencultuur? Welke rol spelen gebarentaal en gesproken Nederlands, het gebruik van gehoor-technologie in hun leven? Wat is nodig om je geaccepteerd en gelijkwaardig te voelen?

Dove kinderen verkeren bijna altijd, ook thuis, in een overwegend horende omgeving zonder voorkennis van de dovenwereld. Tegenwoordig krijgt in Nederland zo’n 80-90% van alle vroeg-dove kinderen echter een cochleair implantaat (CI) in de eerste levensjaren, met als gevolg dat veel nadruk ligt op ‘revalidatie’ en het verwerven van de spreektaal, thuis en op school. Veel studies over kinderen met CI zijn dan ook gericht op linguïstische competenties. Maar de literatuur laat zien dat de meesten van hen, net als slechthorende kinderen, regelmatig auditieve informatie missen en worstelen met identiteitsvorming.
De situatie in het speciaal onderwijs is de afgelopen decennia drastisch veranderd. Tegenwoordig stromen veel dove en slechthorende kinderen door naar het regulier onderwijs en hun integratie aldaar is een eerste zorg. Scholen zijn traditioneel plaatsen waar dove kinderen vriendschappen sluiten die hun hele leven belangrijk blijven, zo bleek ook uit ons onderzoek naar het welbevinden van dove ouderen. Dergelijke sociale netwerken van leeftijdsgenoten zijn essentieel voor een gevoel van thuis-zijn en gelijkwaardigheid. Veel dove en slechthorende kinderen nemen binnen t regulier onderwijs echter een uitzonderingspositie in, hetgeen gevolgen zal hebben voor het aanknopen van relaties en hun zelfbeeld.

Voor dove jongeren in Nederland ziet de wereld er heel anders uit dan in de tijd dat de huidige oudere doven jong waren. Gebarentaal wordt steeds meer gezien als de ‘natuurlijke taal’ van dove mensen en de maatschappelijke aandacht voor dove mensen en gebarentalen groeit. In 2020, tijdens de corona-pandemie, kwam de Nederlandse Gebarentaal (NGT) zelfs onverwacht in de schijnwerpers te staan door het tolken van de wekelijkse persconferenties van de minister-president. Na jarenlange strijd van de Dovenbeweging werd NGT in 2020 bovendien eindelijk officieel erkend door de Nederlandse overheid. Dergelijke omstandigheden zijn van invloed op de maatschappelijke beeldvorming rond doofheid en gebarentaal en daarmee ook op hoe dove en slechthorende jongeren zichzelf zien.
Hoe het jonge dove mensen in een veranderde wereld vergaat, hoe zij zichzelf zien en waar zij zich thuisvoelen is iets waar we weinig van weten. Dit empirisch sociaal-wetenschappelijk onderzoek levert daaraan een bijdrage.