Achtergrond Meer dan Doof Jongeren Ouder

ACHTERGROND

In Nederland, net als in veel andere westerse landen, is het gebruik van gebarentaal in het dovenonderwijs lange tijd verboden geweest. Om deel te nemen in de horende wereld werden dove kinderen gedwongen te spreken en spraak af te zien (liplezen). Gebaren maken was verboden en deze regimes werden op de dovenscholen (vaak met internaat) door gebruik van akelige dwangmethoden gehandhaafd. Pas sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw hebben dovenscholen in Nederland een tweetalig beleid ingevoerd.

 

De geschiedenis van betutteling van dove mensen en de onderdrukking van gebarentaal, heeft een zwaar stempel gedrukt op de dovengemeenschap. Veel oudere doven van nu hebben die geschiedenis nog zelf meegemaakt en geleden onder de strenge schoolregimes en het stigma van doof zijn.

Meer Dan Doof Deaf Research Ouderen Elde

Jongeren van nu zijn opgegroeid in een tijd waarin zich een emancipatiebeweging van dove mensen heeft ontwikkeld, waarin de status van gebarentalen als echte talen niet meer ter discussie staat, en waarin Doof met een hoofdletter D wordt geschreven. Vanuit dit perspectief voelen dove mensen zich met elkaar verbonden als culturele groep met een eigen taal en cultuur: Dovencultuur. Zij zien Doof-zijn en gebarentaal als iets om trots op te zijn en essentieel deel van hun identiteit.

 

Slechthorende mensen manifesteren zichzelf veel minder als een eigen groep en hebben meestal een andere geschiedenis. Ook zij hebben te maken met stigmatisering en discriminatie vanwege hun hoorverlies, maar hun primaire oriëntatie is toch meestal de horende wereld en de gesproken taal. De laatste tijd groeit bij slechthorenden de belangstelling voor de Nederlandse Gebarentaal als verrijking van hun communicatiemogelijkheden en daarmee ook de belangstelling voor Dovencultuur.